Sportgeneeskundig onderzoek

Lactaatdrempel test voor recreatieve sporters

Daan van der Zee Daan van der Zee
· · 5 min leestijd

Zo zie je écht waar je grens zit — en waarom die dure schoenen dat niet oplossen

Je hebt het gevoel dat je harder kunt, maar je lichaam zegt van niet. Je hartslag loopt op, je benen worden zwaar, en op een gegeven moment voel je het: je kunt niet meer praten tijdens het lopen. Dat is het moment waarop je lichaam overstapt van efficiënt verbranden naar paniekmodus. En precies dat moment — die overgang — is wat een lactaatdrempeltest meet. Niet hoe snel je loopt. Nieuwe schoenen. Niet welke Garmin je draagt. Maar wat er écht gebeert in je spieren.

Wat meet je eigenlijk tijdens zo'n test?

Lactaat is een stofje dat vrijkomt bij intensieve inspanning. Zolang je lichaam genoeg zuurstof kan aanbieden, blijf je in de aerobe zone — je kunt er een halfuur mee door. Maar zodra je harder gaat dan je lichaam aankan, schakelt je anaerobe systeem in. Lactaat stijgt. En op een gegeven moment stijgt het exponentieel. Dat is je lactaatdrempel. Tijdens een test loop je op een loopband of fiets op een steeds zwaardere belasting. Bij elke stap prikken ze een klein beetje bloed — meestal uit je vingertop of oorlelletje — en meten ze hoeveel lactaat in je bloed zit. Het verloop van die waarde vertelt je meer over je conditie dan welke watch ook. Wat me opvalt is dat veel recreatieve hardlopers denken dat ze hun drempel kennen aan de hand van hartslag. Maar hartslag reageert traag, wordt beïnvloedt door slaap, stress, koffie, weer. Lactaat is directer. Het zegt wat er nu gebeurt, niet wat er gisteren gebeurde.

Waarom is dit nuttig als je geen elite-atleet bent?

Omdat je anders traint in het niets. Of beter gezegd: in het verkeerde niets. De meeste mensen die bij mij komen voor loopanalyse trainen op gevoel. En gevoel is subjectief. Je voelt je vandaag fit, dus je gaat harder. Of je bent gestrest van werk, maar je volgt toch je plan. Je lichaam maakt daar geen onderscheid in — fysieke belasting en mentale belasting stapelen op. Dat zie ik terug in herstelpatronen die niet kloppen met het trainingsvolume. Een lactaatdrempeltest geeft je twee concrete getallen. Je aerobe drempel — waar je comfortabel kunt blijven lopen — en je anaarobe drempel — waar het echt begint te koken. Tussen die twee zit je duurzone. En die zone is groter dan je denkt, maar ook kleiner dan je hoofd je vertelt. Met die getallen kun je trainingszones opzetten die écht bij je lichaam passen. Niet op basis van een formule die je leeftijd aftrekt van 220, maar op basis van wat je bloed vertelt.

Hoe werkt het in de praktijk?

Je komt binnen, je krijgt uitleg, en dan begint het. Meestal op een loopband, soms op een fietsergometer. Je start rustig — denk aan een gemakkelijk tempo waar je een gesprek kunt voeren. Elke drie tot vijf minuten wordt de snelheid of het percentage verhoogd. Bij elke overgang prikken ze. Het prikje is klein, maar ja, het prikt. Geen wereld, maar ook niet niks. Tussen de stappen door loop je door. Je mag niet rusten. Het is een gestructureerde opbouw naar je maximale inspanning, en het duurt meestal twintig tot dertig minuten. Niet lang. Maar intens. Na afloop krijg je een grafiek. Die grafiek laat zien hoe je lactaatwaarde stijgt bij toenemende belasting. Op een gegeven moment buigt de lijn omhoog — dat is je drempel. Eerlijk gezegd is het altijd even spannend om te zien waar die bocht komt. Soms eerder dan verwacht. Soms later. Maar het is altijd eerlijker dan wat je zelf inschat.

Wat doe je met de uitkomst?

Hier gaat het mis bij veel mensen. Ze laten testen, krijgen een rapport, en doen er niets mee. De waarde zit in de toepassing. Je aerobe drempel zegt bijvoorbeeld: dit is het tempo waaronder je hersteltraining moet plaatsvinden. Niet harder. Niet sneller. Harder betekent meer belasting, en als je lichaam die belasting al aan het opbouwen is van een drukke week op kantoor, dan stapelt het op. En dan heb je drie weken later een scheenbeenvliesontsteking die eigenlijk niets met volume te maken heeft, maar alles met dosering. Je anaerobe drempel geeft aan waar intervaltraining echt effectief wordt. Niet bij elke sprint die je maar even in je training gooit, maar op het punt waar je lichaam daadwerkelijk overstapt. Dat is waar je conditie groeit. En hier wordt het interessant voor de recreatieve sporter: je hebt geen dure tools nodig om dit te gebruiken. Je hebt geen hartslagmonitor van duizend euro nodig. Een eenvoudige zone-indeling op je watch — Garmin, het maakt niet uit welk model — en de kennis van waar jouw grens ligt, is genoeg.

Wat je niet moet verwachten

Een lactaatdrempeltest is geen wondermiddel. Het verandert niets aan je techniek. Het zegt niets over je heupstabiliteit, je landingspatroon, of je zit-slaappatroon — en dat zijn vaak de dingen die klachten veroorzaken, niet je conditie. Ook is het geen vervanging voor een goede loopanalyse. Ik zeg het vaker: een loopanalyse zonder belastingcontext geeft een vertekend beeld. Je kunt perfect lopen op de loopband, maar als je niet weet hoe je lichaam reageert op toenemende inspanning, mis je de helft van het verhaal. En nog dit: de test meet een momentopname. Je conditie verandert. Na zes weken gericht trainen verschuift je drempel. Dat is juist het mooie — je kunt na een tijd opnieuw testen en zien of je training werkt. Niet op basis van gevoel, maar op basis van data.

Dus moet je dit laten doen?

Als je serieus aan het lopen bent — niet per se competitief, maar wel met aandacht — dan is een lactaatdrempeltest een van de zinvolste dingen die je kunt doen. Niet omdat het spectaculair is, maar omdat het helderheid geeft. Geen gadgets. Geen nieuwe schoenen. Geen abonnement op een app die je na een maand niet meer opent. Gewoon een kijkje in wat je lichaam aan kan, waar de grens zit, en hoe je daarmee kunt werken. En dat is uiteindelijk waar het om gaat. Niet harder. Niet meer. Maar slimmer.

Daan van der Zee
Daan van der Zee
Hardloopfysiotherapeut en trainingsbegeleider

Daan begeleidt recreatieve en wedstrijdlopers bij het opbouwen van hun training zonder blessures. Hij schrijft over de praktijk in de behandelkamer en wat hardlopers zelf kunnen herkennen aan hun lichaam.

✓ Geverifieerd auteur ✓ Hardloopblessures herkennen, behandelen en voorkomen
Daan van der Zee
Daan van der Zee
Hardloopfysiotherapeut en trainingsbegeleider

Daan begeleidt recreatieve en wedstrijdlopers bij het opbouwen van hun training zonder blessures. Hij schrijft over de praktijk in de behandelkamer en wat hardlopers zelf kunnen herkennen aan hun lichaam.

Meer over Sportgeneeskundig onderzoek

Bekijk alle 25 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Sportmedische keuring: wat wordt er getest en voor wie is het nuttig
Lees verder →